X hits on this document

293 views

0 shares

0 downloads

0 comments

107 / 113

Elfenkoning tot Ondine.

(of het huwelijk bijgelicht)

Jij wereld – hij wereld,

omhels hem nog een keer,

hij is zo goed in atmosfeer,

en jij in hemelkoepelen-hoela-hoepelen,

Ach galaxietje - fantasietje,

en slaap zacht in elkaars armen

moe van ‘t dagelijkse meteorengruis,

want in het groot heelal-tehuis

zal hij je met zijn aardstralen verwarmen

terwijl jij luistert naar zijn oergeruis,

ach wereld, ja wereld.

Kinderen van sterrenstof, ruimte, en tijd,

raak in elkaars onmételijkheid de weg niet kwijt,

’t is groot daarbinnen en vol bio-diversiteit,

zoek het noorden in alle woorden,

en de mildte in elke stilte,

er is altijd licht en land in zicht in een gezicht,

er is altijd lucht in een zucht,

en vadem in een adem,

buig desnoods de ruimte naar elkander,

sla je meridianen om de ander,

of buig de ruimte in het rond

tot een Nestelijk Halfrond

- en tot een glimlach om je mond

- een glimlach kan nooit bederven

want liefhebben is het enige dat we ernstiger doen dan sterven.

En glij nu maar zacht uit de beheerste baan van vader-en-moeder-aarde,

zoals onze blik toen we voor ’t eerst van jou

tot aan de grote sterrenhemel staarden.

Document info
Document views293
Page views293
Page last viewedMon Dec 05 13:22:32 UTC 2016
Pages113
Paragraphs3419
Words19762

Comments