X hits on this document

353 views

0 shares

0 downloads

0 comments

113 / 113

En al die jaren van verstrengeling

de steeds ijler wordende vraag

-steeds héérlijker onontwarbaar :

“waar begin jij ? – waar eindig ik ?”.

“Waar begint de hamer ? – waar eindigt mijn vinger ?”...

Waar begin jij ? – Waar eindig ik ?

Geen hoofd- maar hartrekenkunde :

die eeuwige regel van twee :

wat glijdt...zijn wij beiden,

wat wrijft...is géén van ons,

wat beklijft...dat moet jij zijn.  

En dat moet de nok-steunbalk zijn...

En wij te zamen :

al wat minder "lichaam",

al wat meer "zieltje",

al wat minder "vraag",

al wat meer "antwoord"...

En de zolder...heel wat minder zolder...

Maar gelukkig is er zo weinig van de wereld nodig -hoe minder hoe beter-

om elkaar graag te zien :

een snuifje met heel veel landschap erin is ruim voldoende.

Maar mijn dichter neemt dit laatste ál te letterlijk,                

en breidt  kennelijk niet de zolder maar wel de stérrenhemel verder uit !

Zoals dichters natuurlijk horen te doen....

Ál die energie, ál dat engagement

om die kostbare, "uitgebalanceerde nood-aan-elkaar"

- de liefde – op te bouwen,

al die energie - in vrije ruimte omgezet - óf in tijdloosheid -

ach, volgens de koolstof-14 methode zijn we nog piepjong.

En nog geen archeologisch artefact....

Ha, de liefde of :

dagelijks met een behááglijkheid zo oud als de wereld

tegen elkaars kwetsbaarheid aan te bróeden :

"In den beginne was er niets,....

en God-ver-veelde zich de dág en de nácht...."

Maar nu vlug naar boven....

*      *     *

Document info
Document views353
Page views353
Page last viewedSun Dec 11 06:33:54 UTC 2016
Pages113
Paragraphs3419
Words19762

Comments