X hits on this document

290 views

0 shares

0 downloads

0 comments

71 / 113

ZIJ

Slecht geslapen deze nacht,                                 

op een verkeerde hersenhelft gelegen :

zuurstofarme gedachten en gepieker.

Rechts het verleden, links de toekomst,

in het midden : een klok zo groot als de dag van vandaag.

De tijd speelt tikkertje met de klok,

de klok speelt tikkertje met het hart.

Zeven jaar...

Ik ben zeven jaar ouder dan hij.  Heb ik dat recht ?  Neen.

Maar heeft híj het recht om zeven jaar jónger te zijn ?

Nog minder.  Want “jeugdigheid”, dát is pas een privilege.

Ik maak hem stiekem ouder, prevel bezweringen ín zijn dromen, meng formules onder zijn gesnurk, om de zeven regels één, óók “onmerkbaar voor het blote oor”.

Maar hij is al driemaal in de ban : van de Kerk, van mij, en van de poëzie -zijn maîtresse-ad-libitum.

En formules staan hem goed, zij verjongen hem nog eens.

Neem nu zijn eigen kernspreuk : ”men veroudert door méér te verlaten dan te betreden”.

Hoe onbruikbaar, hoe onnuttig, maar ook : hoe schattig, hoe jeugdig.

Hij verzint ze allicht vóór zich uit, in de steeds Onvoltooider Afwezige Tijd, en met dezelfde flair als de formule van het zonlicht : ”ik-hou-van-jou”, en haar steeds Onvoltooider Verleden Tijd :”ik-heb-je-altijd-al-graag-gemogen”....

Document info
Document views290
Page views290
Page last viewedMon Dec 05 07:17:49 UTC 2016
Pages113
Paragraphs3419
Words19762

Comments