X hits on this document

309 views

0 shares

0 downloads

0 comments

12 / 58

BIJLAGE 3 (blz. 12)

Afdeling 4. -  Bijzondere bepalingen betreffende

aardgas en elektriciteit

Art. 16. § 1. Met het oog op de voldoening van de accijnzen op aardgas en elektriciteit dient de distri­buteur bedoeld in artikel 424, § 1 van de programma­wet van 27 december 2004 ten laatste de twintigste dag van iedere maand bij de ambtenaar belast met het beheer van het hulpkantoor bevoegd over de plaats waar de maatschappelijke zetel is gevestigd een aangifte ten verbruik in die betrekking heeft op de verbruiksfacturen en op de tussentijdse facturen die hij in de loop van de voorgaande maand in zijn boekhouding heeft opgenomen. De in artikel 11 voorziene aangifte ten verbruik wordt daartoe gebruikt.

In de zin van dit artikel wordt verstaan onder :

- verbruiksfacturen: de facturen die worden opge­maakt na opneming van het werkelijke aardgas- en/of elektriciteitsverbruik;

- tussentijdse facturen: de maandelijkse, tweemaandelijkse of driemaandelijkse tussentijdse forfaitaire facturen of tussentijdse stortingen opgemaakt door de distributeurs voor de klanten bij wie de meterstand jaarlijks wordt opgenomen.

§ 2. In de bij paragraaf 1 bedoelde maandelijkse aangifte maakt de distributeur een onderscheid tussen de gegevens betreffende de verbruiksfacturen en deze betreffende de tussentijdse facturen.

§ 3. Wat de tussentijdse facturen betreft, is de distributeur gemachtigd om volgens de frequentie van deze facturen, het bedrag dat overeenstemt met het totaal van de accijnzen gekoppeld aan die facturen, te voldoen onder de vorm van voorschotten aan de Schatkist. Het bedrag van die voorschotten komt in mindering van het definitieve bedrag van de accijnzen dat later op de overeenkomstige verbruiksfacturen vermeld staat.

Document info
Document views309
Page views394
Page last viewedFri Dec 09 00:32:08 UTC 2016
Pages58
Paragraphs1291
Words9808

Comments