X hits on this document

176 views

0 shares

0 downloads

0 comments

48 / 71

De Bonte Was, FEMINIST 2, Amsterdam 1977

dus thuis moeten blijven. Voorbehoedmiddelen en abortus kenden ze vroeger ook al; maar het hangt van allerlei omstandigheden af of ze ontwikkeld en gebruikt worden. Lees over die ‘natuurlijke’ verschillen ook het stuk Feminisme en Vrouwenkultuur in dit blad.

2. DE KLASSESTRIJDEN

In de omschrijving van de ‘eerste klassetegenstelling’ zijn de elementen van alle klassetegenstellingen al opgenomen: de zowel kwantitatief als kwalitatief ongelijke verdeling van de arbeid en zijn produkten. Deze is zo belangrijk, omdat in de marxistiese opvatting de arbeid juist de grondslag is van de gehele samenleving: ‘Men kan de mensen van de dieren onderscheiden door het bewustzijn, de godsdienst of door wat men maar wil. Zelf beginnen zij zich van de dieren te onderscheiden zodra zij hun bestaansmiddelen gaan produceren’.

De manier waarop mensen hun bestaansmiddelen produceren, bepaalt ook de manier waarop zij met elkaar omgaan, hoe zij praten en hoe zij denken en voelen. (zie verderop) Dit wordt nog sterker als er, op basis van de arbeidsverdeling tussen mannen en vrouwen, steeds meer maatschappelijke arbeidsdeling ontstaat. Die arbeidsverdeling ontstaat volgens het marxisme omdat de mensen al werkend steeds nieuwe behoeften scheppen, en om daarin te kunnen voldoen gaan specialiseren, om zo meer en beter te kunnen produceren.

Langzamerhand wordt de produktie zo groot dat niet iedereen meer hoeft te werken: er ontstaat een overschot. De strijd om dat overschot is de basis voor de klassenstrijd: de groep mannen die de baas is, kan de anderen voor zich laten werken.

Het vervolg van de geschiedenis wordt door Marx en Engels in de aanhef van het Kommunistisch Manifest zo samengevat: ‘De geschiedenis van iedere samenleving tot nu toe is de geschiedenis van klassestrijden. Vrijen en slaven, patriciërs en plebejers, baron en lijfeigene, gildeburger en gezel, kortom, onderdrukker en onderdrukte stonden in vaste tegenstelling tot elkaar, voerden een ononderbroken, soms verborgen, soms open strijd, een strijd die iedere keer met een revolutionaire omvorming van de hele samenleving eindigde of met de gezamenlijke ondergang van de strijdende klasse. ‘

Feministiese kritiek: waar zijn de vrouwen ineens gebleven? Waar is het patriarchaat ineens gebleven?

Hier zijn de vrouwen dus verdwenen. Als vrouwen al die tijd zoet thuis hadden gezeten, zou dit misschien een juiste visie zijn; maar het is zeker dat vrouwen steeds maar weer in opstand zijn gekomen, zowel individueel als gezamenlijk. Daarover probeert de Vrouwengeschiedenis (de Herstory) wat te weten te komen. Want het is natuurlijk van het grootste belang om te weten of de ontwikkeling van menselijke samenlevingen is voortbewogen door de strijd tussen mannen onderling (zoals Marx en Engels dus zeg-gen in de bovenaangehaalde zin) óf, ook, door de gezamenlijke strijd van alle mannen om alle vrouwen er onder te houden, en het verzet van alle vrouwen daartegen.

De samenlevingsvorm waar mannen vrouwen onderdrukken heet in de (feministiese) wandeling ‘het patriarchaat’, oftewel: de vader-regering. Volgens Marx en Engels kunnen klassesamenlevingen allerlei vormen aannemen: zij noemen hier de samenlevingen die op slavernij gebaseerd zijn (en die ook heel verschillend kunnen zijn), de agraries-feodale, de stedelijke gildesamenleving, en tenslotte de kapitalistiese. Al deze samenlevingen worden gekarakteriseerd door de manier waarop mannen andere mannen onderdrukken, niet door de manier waarop mannen vrouwen onderdrukken. En toch gebeurt dat in alle samenlevingen. Het ligt voor de hand dat al die samenlevingen, ook de kapitalistiese, niet denkbaar zouden zijn zonder dat alle mannen alle vrouwen onderdrukken, en dat het feit dat ze dat doen iets

Document info
Document views176
Page views176
Page last viewedThu Dec 08 00:18:32 UTC 2016
Pages71
Paragraphs740
Words36593

Comments