X hits on this document

191 views

0 shares

0 downloads

0 comments

49 / 71

De Bonte Was, FEMINIST 2, Amsterdam 1977

gemeenschappelijks geeft aan al die historiese vormen, al lijken ze dan verder heel verschillend. Maar Marx en Engels zijn voornamelijk geïnteresseerd in hoe de moderne kapitalistiese samenleving is ontstaan, dus in de ontwikkeling van samenlevingen die op onderdrukking van vrouwen gebaseerd zijn; wat er intussen met de vrouwen gebeurt interesseert ze gewoon minder.

3. HET KAPITALISME EN DE REVOLUTIE

Volgens Marx en Engels is het kapitalisme namelijk een heel bijzonder geval:de hoogste vorm van maatschappelijk-produktieve organisatie en samenwerking, de meest geperfektioneerde vorm van uitbuiting, die zich over de gehele wereld uitbreidt, zonder dat hij ook maar door iemand gestuurd of geleid wordt. De wetten van het kapitalisme voltrekken zich achter de ruggen van de mensen om, zonder dat de individuele kapitalist of de individuele arbeider daar nog iets aan kan doen. De enige manier om vrijheid van handelen terug te krijgen is om het hele systeem omver te werpen en, volgens het Kommunistisch Manifest, gaat dit onvermijdelijk gebeuren, omdat het kapitalisme, juist omdat het niet bewust en rationeel gestuurd kan worden, zichzelf ondermijnt. Daardoor krijgen zo de arbeiders, die door het systeem zelf in de gelegenheid zijn gesteld om zich te organiseren (omdat ze in fabrieken zijn samengebracht) de kans de macht over te nemen.

Positie van vrouwen hierbij: kritiek.

Daarom moeten vrouwen volgens Marx en Engels allemaal het produktieproces in, dan kunnen ze ook meedoen. Maar ze zeggen niet hoe je dat voor elkaar krijgt, want ze zeggen ook dat ‘socialisering van de reproduktie’ - dat is dat de maatschappij de verzorgingstaken van vrouwen overneemt - pas in een socialistiese samenleving mogelijk is.

IETS MINDER GROTE LIJNEN: DE GESCHIEDENIS

VAN HET KAPITALISME

De volgende vraag is hoe dat kapitalistiese systeem zichzelf dan stuurt. Het sturingsmechanisme is door de 18e-eeuwse ekonoom Adam Smith ‘de onzichtbare hand’ genoemd: als iedereen vrij is zijn eigenbelang onbeperkt na te streven, zorgt de onzichtbare hand voor een maximale welvaart, via de wetten van vraag en aanbod.

Dingen die iedereen graag wil hebben worden duurder, dus iedereen gaat die maken, tot er genoeg van is, dan dalen de prijzen weer, en wordt het weer winstgevend om andere dingen te maken waar meer behoefte aan is. Zo worden de menselijke arbeidskracht en de natuurlijke hulpbronnen zo efficiënt mogelijk gebruikt, zonder dat er enige dwang voor nodig is, en iedereen wordt rijk en gelukkig. Adam Smith schreef dat in een tijd dat handel en industrie zich steeds meer verzetten tegen de beperkingen die gildewezen en overheid hadden opgelegd aan de manier van werken, de prijzen, de werktijden, de arbeidsvoorwaarden, de grootte van de produktie, de import en de export en de kwaliteit van de goederen. Al deze beperkingen waren een belemmering voor het maken van winst – en zij zijn afgeschaft.

Maar in de 19e eeuw werd al snel duidelijk - voor wie het zien wilde, zoals Marx en Engels - dat het resultaat van de werking van de onzichtbare hand helemaal geen stijgende welvaart voor iedereen was, maar slechts voor een heel kleine groep: die groep die de grond, de machines en de fabrieken bezat, waarin al deze rijkdom werd geproduceerd door de arbeiders, die aan het eind van hun leven niets hadden ‘dan hun huid om naar de leerlooier te brengen’. Wie het meeste geld had, kon de meeste machines kopen en de meeste arbeiders aan het werk zetten, en zo het goedkoopste produceren; wie een kleiner bedrijfje had werd weggekonkurreerd en kwam tussen de

Document info
Document views191
Page views191
Page last viewedFri Dec 09 06:35:48 UTC 2016
Pages71
Paragraphs740
Words36593

Comments