X hits on this document

246 views

0 shares

0 downloads

0 comments

51 / 71

De Bonte Was, FEMINIST 2, Amsterdam 1977

het dialektiese werkelijkheidsbeeld in elk geval iets stars en mechanies.

Aan de andere kant kán het dialekties denken, als het eenmaal op zijn voeten is gezet, dus in verband gebracht met het dagelijks leven, ook heel bevrijdend werken. Je kan het je zo voorstellen: de mensen moeten leven in omstandigheden die ze zelf niet gemaakt hebben, en omdat die niet volmaakt zijn, verzetten ze zich ertegen. Terwijl ze de gebruikelijke dingen doen, wijzen ze die tegelijkertijd, soms alleen in hun hart, af. Ze zeggen nee tegen die omstandigheden, meestal zonder dat ze direkt weten hoe het anders zou moeten. Zo zweven ze tussen ja en nee. Ze werken mee, en ze werken tegen. En omdat ze ook tegenwerken, zit de tegenstelling tot het bestaande (soms) al opgesloten in dat bestaande. En daarom moet je, als je ergens de pest over in hebt, niet bij de pakken

van de onderdrukking neer gaan zitten maar moet je goed kijken wat er gebeurt als je nee zegt: dan kan je de werkelijkheid soms ineens ‘kantelen’ (in je hoofd dus!), met andere ogen zien: want wel blijkt dan dat er anderen zijn die ook eigenlijk nee zeggen en tegenwerken, en met hen kan je die nieuwe werkelijkheid ook echt gaan vormgeven (niet alleen in je eigen hoofd, maar in werkelijke verhoudingen). (Hier zit het verschil tussen revolutionaire en reformistiese bewegingen. Reformisten denken dat je de werkelijkheid van stap tot stap moet veranderen. Revolutionairen denken dat dat niet werkt, dat een werkelijke verandering zijn basis vindt in een totale gemeenschappelijke afwijzing, niet in een beetje meer of minder, en dat een synthese, op hoger nivo, pas dan gevonden kan worden.)

MATERIALISME

Marx beschouwt zichzelf dus als dialektikus, en als een materialist. Het materialisme stelt dat niet de ideeën de werkelijkheid voortbrengen, de gedachte niet voor de daad komt (dat heet idealisme), maar dat de werkelijkheid de basis is voor ideeën, dat gedachten voortspruiten uit het handelen. En het handelen heeft altijd te maken met de strijd om het dagelijks brood, de strijd met de natuur, en met degenen die het je af willen nemen. In laatste instantie zijn alle maatschappelijke vormen een gevolg van deze strijd(en). Hoor hoe Marx het zegt (in De Duitse ldeologie, het eerste grote stuk dat hij met Engels samen schreef, na zijn ontdekking van Hegel en na Engels’ ontdekking van het belang van de ekonomie):

‘Bepaalde individuen, die op bepaalde wijze produktief werkzaam zijn, gaan deze bepaalde maatschappelijke en politieke verhoudingen aan -. De maatschappelijke struk-tuur en de staat ontstaan voortdurend uit het levensproces van bepaalde individuen, maar niet uit deze individuen zoals zij in hun eigen of andermans voorstelling mogen schijnen, maar zoals zij werkelijk zijn, d.w.z. zoals zij werken, materieel produceren, kortom zoals zij binnen bepaalde materiële en van hun vrije wil onafhankelijke grenzen, veronderstellingen en kondities werkzaam zijn. De produktie van ideeën, voorstellingen, bewustzijn, is in eerste instantie direkt vervlochten met de materiële aktiviteit en de materiële omgang van de mens, de taal van het werkelijke leven. Het voorstellen, denken en de geestelijke omgang tussen de mensen verschijnen in dit stadium nog als het direkte uitvloeisel van hun materiële gedrag. Hetzelfde geldt voor de geestelijke produktie zoals die in de taal van de politiek, de wetten, de moraal, de godsdienst, de metafysika enz. van een volk tot uitdrukking komt.’

Document info
Document views246
Page views246
Page last viewedSat Jan 21 00:44:25 UTC 2017
Pages71
Paragraphs740
Words36593

Comments