X hits on this document

195 views

0 shares

0 downloads

0 comments

56 / 71

De Bonte Was, FEMINIST 2, Amsterdam 1977

goederen produceren waar geen winst op te maken is. Hij gaat geen wegen aanleggen waar anderen plezier van hebben: hij zorgt niet voor de veiligheid op straat (alleen voor die van zijn eigen fa-brieksterrein); hij legt geen riolering aan om te voorkomen dat zijn arbeiders tyfus krijgen.

Als de staat er niet al geweest was, zou hij dus met het kapitalisme hebben moeten ontstaan. De kapitalisten zijn verdeeld door hun onderlinge konkurrentie; er moet een instantie zijn die hun gemeenschappelijke belangen behartigt.

In Marx’ visie is de staat in eerste instantie ‘het uitvoerend komité van de heersende klasse’ (Kommunisties Manifest). De staat zorgt voor de algemene voorwaarden voor de kapitalistiese produktie: zowel ekonomiese (wegen, kanalen) als sociale ( orde en rust, gezondheid, leger en politie). Als de arbeiders zich overeenkomstig Marx’ voor-spelling inderdaad gaan organiseren probeert de staat dat te verhinderen (coalitie-verbod, socialistenwetten) , maar als blijkt dat de steeds ingewikkelder wordende produktie gezondere en beter opgeleide arbeiders vereist, kan de staat met de arbeidersbeweging gaan onderhandelen om de levensomstandigheden van de arbeiders wat te verbeteren.

Mensen die in dienst van de staat werken staan niet rechtstreeks in dienst van het kapitaal; zij worden uit belastingen betaald, dus indirekt uit de opbrengst van de produktie. Zij verrichten in marxistiese termen geen produktieve arbeid, maar zij werken in de reproduktie :zij zorgen dat het kapitalisme kan blijven bestaan, steeds opnieuw weer ontstaat, en dat er arbeiders en kapitalisten blijven bestaan.

Een hele klus want, dat heb ik nog niet gezegd: de kapitalisten kunnen niet eens hun eigen produktieproces besturen - door de wetten van de konkurrentie gaan zij steeds te veel produceren, en omdat ze zo laag mogelijke lonen betalen kan niemand de produkten meer kopen en ontstaan er krisissen. En van de vrije konkurrentie komt ook niets terecht, want de groten konkurreren de kleintjes weg: monopolisering, geen onzicht-bare hand meer dus.

VROUWEN

Nu wordt het tijd om weer eens te kijken waar de vrouwen intussen zijn gebleven. Wat is de rol van de vrouwen in dit hele proces? Marx’ analyse legt de nadruk op het onpersoonlijke karakter van het kapitalisme. Het kapitalisme is een totale maat-schappijvorm. Het is een produktieproces dat langzamerhand alle andere vormen van sociaal leven verdringt, zowel ruimtelijk - in de vorm van imperialisme - als sociaal.

Dit betekent dat het kapitalisme, als Marx gelijk heeft, ook het leven van vrouwen zijn vorm geeft. Toch weten we dat het leven van vrouwen zich heel anders voltrekt dan dat van mannen. Het kapitalisme is er in elk geval niet in geslaagd de levens van mannen en vrouwen gelijk te maken. Evenmin kan je zeggen dat alle mannen samen de heersende klasse zijn, en alle vrouwen samen de arbeidersklasse – er zijn nog te veel uitgebuite mannen om te kunnen zeggen dat primaire en secundaire klasse zijn samengevallen.

Het leven van vrouwen wordt evenzeer bepaald door hun vrouw-zijn als door het kapi-alisme.

Op zichzelf zou het voor de hand liggen dat het kapitalisme de arbeidskracht van vrouwen uitbuit in de produktiesektor. In de 19e eeuw was dat ook zo: vrouwen en kinderen werkten, met onvoorstelbaar lange werktijden, in de fabrieken. Aan het eind van de 19e eeuw kwam daar verzet tegen. Er kwam geen warm eten op tafel en de kinderen werden verwaarloosd. We weten dat de arbeidersvrouwen toen, met hulp van de overheid en de vrouwenbeweging, zijn omgeschoold tot huisvrouwen en moeders. Maar waarom? Marx heeft het niet meegemaakt en het niet verklaard. Waarom is het voordeliger om de arbeidskracht van vrouwen in het gezin uit te buiten dan in de fabriek?

Document info
Document views195
Page views195
Page last viewedSat Dec 10 04:11:45 UTC 2016
Pages71
Paragraphs740
Words36593

Comments