X hits on this document

99 views

0 shares

0 downloads

0 comments

4 / 45

De grafiek toont echter ook dat de ‘werkelijk gerealiseerde besparing’ achterblijft ten gevolge van effecten die geen relatie hebben met de uitvoering van de EEP’s.

In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan.

Grafiek 6.1.  Energiebesparing in de industrie per monitoring jaar; exclusief de elektriciteitsproductiesector. Basis: 84% van geregistreerd energieverbruik toegetreden inrichtingen (100% = 653 PJ/jaar)

Voor de elektriciteitsproductiebedrijven geldt dat beperkte verbetering van bestaande productie-eenheden mogelijk is. Er zijn slechts enkele substantiële maatregelen geïdentificeerd, zoals het voorschakelen van gasturbines en enkele grote projecten voor warmtelevering.  

Grafiek 7.3.  Energie-efficiency index per monitoring jaar in de met gas en kolen gestookte elektriciteitsproductie. Basis: werkelijk energieverbruik = 337 PJ in 1999 = 73% van het totale energieverbruik van de toegetreden elektriciteitsproductiebedrijven (100% = 460 PJ in 1999)

Monitoringrapportage Convenant Benchmarking 1999 – 2001Pagina 4 van 34

Document info
Document views99
Page views99
Page last viewedSat Dec 03 18:25:42 UTC 2016
Pages45
Paragraphs1502
Words7718

Comments