X hits on this document

723 views

1 shares

4 downloads

0 comments

43 / 96

Extra afstellingen

De garagedeuropener wordt van fa- briekswege geleverd met een basisaf- stelling waarbij alle schakelaars van de DIP-schakelaar (P) op de stand “UIT” staan. Indien nodig kunnen met behulp van de draaipotentiometer (F1, F2) en de DIP-schakelaar (P) de volgende bij- komende afstellingen worden uitge- voerd:

[49] Obstakelbeveiliging (F1, F2)

Waarschuwingstijd (P, schakelaar 3)

Tijd van gedeeltelijke opening (P, schakelaar 4)

Sluitingsautomatiek (P, schakelaar 5)

Lichttijd (P, schakelaar 6)

Zachte uitloop in de sluitrichting (P, schakelaar 7 en 8)

Werking van de ingang “veilig- heidsstrip”/fotocel (P, schakelaars 1 en 2).

Obstakelbeveiliging

instellen De kracht voor sluiten en openen van de deur kan met de draaipotentiometers “kracht dicht” (F1) en “kracht open” (F2) worden ingesteld. In de fabrieksafstelling is de kracht ingesteld op minimale waar- den en moet in normale gevallen niet worden gewijzigd, in deze stand behoort een licht gangbare deur probleemloos te lopem, hij mag zonder dat er een obsta- kel in het spel is niet blijven staan of ver- anderen van looprichting.

Voor er een andere instelling wordt ge- maakt, moet de deur eerst gecontroleerd worden op gangbaarheid en beter wor- den ingesteld.

Indien nodig kan daarna de obstakelbe- veiliging hoger worden ingesteld:

[50] Met schroevendraaier tegen de wij- zers van de klok in controleren of de beide draaipotentiometers (F1 en F2) op minimumaanslag staan.

[51] Met draaipotentiometers F1 en F2 de instelwaarden zover verhogen tot de deur in beide eindposities probleemloos loopt. De maximaal toegestane waarden volgens de normen EN 12 453 en EN 12 445 dienen met een geschikte meet- bout te worden gemeten en mogen niet worden overschreden.

Als de basisinstelling van de fa- briek van de draaipotentiometer F1 en F2 wordt gewijzigd, dienen de sluit- randkrachten die op de deur optreden te worden gemeten, zie stap [51]. Als de waarden die volgens de norm ge

oorloofd zijn, worden overschreden, moeten er extra veiligheids-voorzie- ningen (b. v. fotocel, veiligheidsrand) worden geïnstalleerd en toegepast.

Instellen van waarschuwingstijd

vooraf De waarschuwingstijd vooraf bepaalt het tijdstip, waarop het waarschuwingslicht voor elke keer dat de motor loopt wordt gestart (instelling van fabriekswege: 0 seconden).

[52]

Waarschuwingstijd vooraf met

schakelaar 3 instellen:

Stand ”aan”

= 4s

Stand ”uit”

= 0 s.

Gedeeltelijke openingstijd

instellen De gedeeltelijke openingstijd bepaalt het tijdstip, waarop de deur na het starten uit de sluitstand in een gedeeltelijk geo- pende stand blijft staan.

Om een gedeeltelijke opening van de deur te kunnen uitvoeren, moet of een commandoapparaat (b.v. een wandknop) aan de externe aansluiting ”gedeeltelijke opening” (2) worden aangesloten of een knop van de handzender afstellen. Hier- voor twee keer achter elkaar op de knop ”programma” (2) drukken, de rode licht- diode (1) knippert twee keer kort: bin- nen 20 seconden een knop op de hand- zender indrukken die nog niet bezet is – de rode lichtdiode brandt ononderbro- ken, nu is de handzender correct afge- steld.

[53] Deelopeningstijd instellen met schakelaar 4: Deur uit de sluitstand en bij scha- kelaarstand „Uit“ met impuls ope- nen. Bij het bereiken van de ge- wenste gedeeltelijke opening de deuropener stoppen en de schake- laar 4 in stand „Aan“ zetten.

Om een ingestelde gedeeltelijke openingstijd te wijzigen, moet eerst schakelaar 4 in stand ”uit” en dan, zoals hierboven beschreven is, weer in stand ”aan” worden gezet.

Nederlands

Sluitautomatiek instellen Het sluitautomatiek is een besturings- functie, die de deur uit de openingsstand automatisch weer in de sluitstand brengt. Het sluitings-tijdstip is met scha- kelaar 5 vrij in te stellen (van 2 s tot max. 8,5 min). In de instelling van fabriekswe- ge is de sluitautomatiek uitgeschakeld, schakelaar 5 staat in stand ”uit”.

Het gebruiken met sluitautoma- tiek is alleen toegestaan, als er een extra veiligheidsvoorziening (fotocel/ veiligheidsstrip) wordt geïnstalleerd. [58-]

[54] Sluitautomatiek met schakelaar 5 instellen: Deur in openingsstand laten ko- men. Na het bereiken van de ge- wenste tijd van openblijven scha- kelaar 5 in stand ”aan” zetten, de deur gaat in de sluitstand. De inge- stelde tijd blijft opgeslagen.

Om een ingestelde tijd van open- blijven te wijzigen, moet eerst schake- laar 5 in stand ”uit” en dan, zoals hierbo- ven is beschreven, weer in stand ”aan” worden gezet. Dit is ook na schakelen op reset nodig.

Lichttijd instellen De lichttijd is de tijd waarin het aandrij- vingslicht blijft branden nadat de motor heeft gelopen. De lichttijd is met schake- laar 6 vrij in te stellen (van 2 s tot max. 8,5 min). In de instelling van fabriekswe- ge bedraagt de lichttijd 2 minuten, scha- kelaar 6 staat in stand ”uit”.

[55] Lichttijd met schakelaar 6 instellen: lopen van de motor starten en de deur in een einstand (open/dicht) laten komen. Na het bereiken van de gewenste lichttijd schakelaar 6 in stand ”aan” zetten, de ingestelde tijd blijft op- geslagen.

Om een ingestelde lichttijd te wijzi- gen, moet eerst schakelaar 6 in stand ”uit’ en dan, zoals hierboven is beschre- ven, weer in stand ”aan” worden gescha- keld. Dit is ook na een reset-schakeling nodig.

43

Document info
Document views723
Page views817
Page last viewedSun Dec 04 01:56:51 UTC 2016
Pages96
Paragraphs7577
Words55750

Comments