X hits on this document

40 views

0 shares

0 downloads

0 comments

10 / 18

BAKEN VI – MUSEUM AAN DE STROOM/COLLECTIE NATIONAAL SCHEEPVAARTMUSEUM I (14)

Het museum heeft een vast en ‘dwingend’ parcours, van zaal I tot en met zaal XI. Het vertelt het verhaal van de zee, van de schepen die haar bevoeren en van havenstad Antwerpen. De collectie, die van in de 19de eeuw stelselmatig wordt uitgebreid, telt zo’n 100.000 objecten, waarvan het grootste deel zich in de depots bevindt. Dan nog kunnen we op deze rally onmogelijk ‘alles zien’. We zetten de museumkramp van ons af en concentreren ons op enkele facetten van ons thema: ‘Gevaar’.

ZAAL III – GELOOF EN BIJGELOOF IN DE KAPEL

Schipbreuk en scheurbuik

Dit is de voormalige huiskapel van het Steen uit 1520, een passende omgeving om het over geloof en bijgeloof te hebben. De meeste zeelui waren diep- én bijgelovig. Ze werden dan ook door allerlei onheil belaagd: storm, mist, schipbreuk, scheurbuik, voedselvergiftiging, dood en verderf… het viel hen allemaal te beurt. De dood reisde mee. Uit onderzoek blijkt dat aan het begin van de eeuw gemiddeld 14% van de opvarenden tijdens de reis stierf, later zakte dit cijfer tot ongeveer 8%.

Zeemansgraf

Als laatste rustplaats kreeg de overleden scheepsgezel of passagier een zeemansgraf. Het lijk werd in zeildoek genaaid; meestal was dat de eigen hangmat.  Om absolute zekerheid te hebben werd de laatste steek door de neus van het lijk gestoken. Het lichaam werd verzwaard met stenen, op een plank gelegd en na een kort gebed in aanwezigheid van alle opvarenden aan de zee toevertrouwd.

Sint-Niklaas

Een voorspoedige reis kon je bijvoorbeeld afsmeken door een model van het schip aan de Allerhoogste of een beschermheilige te schenken, als een soort offergave. Dat heet een ex-voto. Aan de zoldering hangt een prachtexemplaar uit de 18de eeuw. Te pas en te onpas werd de heilige Nicolaas van Myra te hulp en ter bescherming aangeroepen.

Zeemeerminnen en -mannen

Zeelui waren (en zijn) goed in het opdissen van wonderlijke verhalen. Denk maar aan Sindbad de zeeman of de Reis van Sint-Brandaan. Het wemelt er van de mythologische wezens en gevarenzones. Zeemeerminnen en zeemannen, Neptunus, de Nereïden… Je vermeed ze beter.

Een talisman kon bescherming bieden. Een getuige daarvan zijn de indrukwekkende hoorns van de walvisachtige narwals in deze zaal. Daarvan werd beweerd dat ze eigenlijk van de mythologische ‘eenhoorn’ afkomstig waren en dat ze bescherming boden. Men wikkelde ze in mooie foedralen.

ZAAL IV – WAAR DE KLOK BLEEF STILSTAAN

11 april 1906. Het opleidingsvaartuig ‘Comte de Smet de Naeyer’ vertrekt uit de haven van Antwerpen naar Zuid-Afrika, met 59 man aan boord, onder wie 30 leerlingen (‘kadetten’). Een goede week (19 april) later slaat het schip in de Golf van Gascogne lek, maakt slagzij en zinkt. Drieëndertig opvarenden, van wie 18 kadetten, verdrinken.

Matroos Gérard De Necker graait nog snel zijn zakhorloge mee en springt van het zinkende schip. Hij overleeft de ramp. Zijn horloge – het ligt in de vitrinekast rechts van de deur – is op tien over zeven blijven stilstaan. Een momentopname.

ZAAL VIII – KNOPEN EN STEKEN, EEN KWESTIE VAN LEVEN EN DOOD

Het touwwerk aan boord van een schip – en zeker van een zeilschip – was en is een zaak van leven en dood. Je moet het onderhouden, op tijd vervangen, onlosmaakbaar knopen, je moet tot honderden steken kennen… Al dat naaien, splitsen, knopen en steken, kortom het onderhoud van al het zeil- en touwwerk, noemen we het schiemanswerk. Wist je bijvoorbeeld dat een tros, dat is een dik touw, tot 50 cm omtrek kan hebben?

In deze zaal zie je een aantal toepassingen van touwwerk, met de werktuigen die daarbij horen. Die dragen mooie namen: marlpriemen, wantschroeven, kleedkuilen…

Document info
Document views40
Page views40
Page last viewedTue Dec 06 23:56:29 UTC 2016
Pages18
Paragraphs202
Words5849

Comments