X hits on this document

46 views

0 shares

0 downloads

0 comments

2 / 18

BAKEN II – HET BONAPARTEDOK (2)

Dit lijkt misschien een wat vreemd baken, omdat we je hier onder meer wijzen op iets dat… er momenteel (nog) niet is! Je kan hier aan boord stappen van het lichtschip West-Hinder III (3), en over enkele jaren verwachten we je hier terug voor een bezoek aan het Museum aan de Stroom (4).

Kijk bij het Bonapartedok (2) – dat is op zichzelf de moeite waard! – even om je heen. Richting Schelde zie je het Loodswezengebouw (6) en even rechts daarvan de fraai gerestaureerde sluismeesterswoning (nu een restaurant). Aan je rechterzijde ligt de hotelboot ‘Diamond Princess’ (5) (permanent) aan de kade afgemeerd. Daarnaast is de vaste ligplaats van het lichtschip West-Hinder III (3).

EEN KEIZERLIJK DOK

Het Bonapartedok is een fraai stuk erfgoed. In 1803 gaf Napoléon Bonaparte het bevel in deze omgeving 1300 woningen af te breken en de vlieten – dat zijn inhammen van de Schelde – droog te leggen. Vier jaar later ging de eerste spade in de grond en in 1811 kon het eerste schip in het Bonapartedok afmeren. De bouw ervan was een huzarenstukje, waar de keizer terecht trots op was: de dokken werden met de hand uitgegraven, kregen bakstenen kaaimuren en werden afgedekt met een arduinen boordsteen. We mogen ze als de wieg van de Antwerpse getijdenvrije haven beschouwen. Het Bonapartedok heeft vandaag een lengte van 217 meter en een breedte van bijna 175 meter. Het water is er meer dan 6 meter diep.

Boeiend om te weten

Een deel van het Bonapartedok is in de jaren 1970 ‘geamputeerd’ omdat er voor het steeds drukkere verkeer een rijweg (de Rijnkaai) moest worden aangelegd. Van het zogeheten ‘benedenhoofd’ (dat is de kant van de rivier) bijvoorbeeld resten alleen nog de twee kaaimuren uit de jaren 1860. Die werden in 1996 opgenomen op de lijst van beschermde monumenten.

Laat je overigens niet misleiden door de namen: wat nu een plezierhaven is – het huidige Willemdok, het grotere van de twee dokken – is óók door Napoleon gegraven. Zijn Bonapartedok wordt ook wel ‘museumdok’ genoemd!

EEN DRIJVENDE VUURTOREN

Een lichtschip als de West-Hinder was een soort drijvende vuurtoren. Het was bemand en lag op een vaste ankerpositie. Het schip waarschuwde naderende schepen voor gevaren. In het geval van de West-Hinder was dat voor de gelijknamige zandbank die voor de Belgische kust lag.

Wegens de hoge onderhoudskosten werd het schip in 1994 uit de vaart genomen en vervangen door een volautomatisch en onbemand lichtplatform. In 1995 werd het aan de stad Antwerpen overgedragen en momenteel maakt het deel uit van de collectie van het Museum aan de Stroom/Nationaal Scheepvaartmuseum. Het interieur bleef gaaf bewaard. Je kan er de machinekamer, het vooronder met de ankerkettingen, de kajuiten en de commandobrug bezoeken.

EEN BAKEN IN DE DUISTERNIS

Van 4 juni tot 30 oktober 2005 loopt in het Nationaal Scheepvaartmuseum de tentoonstelling ‘Een baken in de duisternis. De geschiedenis van lichtschepen en vuurtorens in België’. Dat is een internationaal project van een achttal musea aan de Noordzeekust. Het verhaal begint in de Middeleeuwen met de eerste vuurtoren (Nieuwpoort, 1284) en gaat tot de opruststelling van het laatste Belgische lichtschip. Dat was de… West-Hinder III (1994).

Je kan er ook een film bekijken over het leven aan boord van een lichtschip. Het bijzondere is dat hij is gemaakt door de opvarenden zelf. Duur: 20 min.

Boeiend om te weten

Een lichtschip is eigenlijk een baken. Zoals veel woorden uit de schipperstaal is ook ‘baken’ binnengedrongen in uitdrukkingen waarvan de betekenis niet noodzakelijk nog veel met water te maken heeft. Ken je deze: ‘als het tij verloopt, moet men de bakens verzetten’? Het spreekwoord betekent dat je je moet aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Document info
Document views46
Page views46
Page last viewedFri Dec 09 21:36:53 UTC 2016
Pages18
Paragraphs202
Words5849

Comments